Staatsgreep

Na de onafhankelijkheid werd de Surinaamse Krijgsmacht (SKM) opgericht, als opvolger van de Nederlandse Troepenmacht in Suriname (TRIS). Na enkele jaren nam de spanning in het leger toe, vooral onder de onderofficieren die het niet eens waren met de leiding. Deze groep richtte in 1979 de Bond van Militair Kader (BOMIKA) op, naar voorbeeld van het Nederlandse model. De relatie met de legerleiding, die deze vakbond niet wilde erkennen, verslechterde snel.

De regering, die BOMIKA evenmin erkende, greep uiteindelijk in. Leden van het bestuur werden gearresteerd, en tegen hen werd gevangenisstraf en ontslag geëist wegens muiterij. Dat leidde tot nog meer spanningen. Een dag voordat de Krijgsraad uitspraak zou doen, escaleerde het conflict. In de vroege ochtend van maandag 25 februari 1980 grepen vijftien sergeanten onder leiding van Desi Bouterse de macht. Ze namen de Memre Boekoe Kazerne in. Kort daarna werden beschietingen geopend op het Hoofdbureau van Politie, dat in brand vloog en geheel in as werd gelegd. 

De onderofficieren namen de macht over; de militaire staatsgreep was een feit. Er werd een Nationale Militaire Raad (NMR) gevormd en een avondklok ingesteld. Jurist Eddy Bruma kreeg de opdracht een burgerregering samen te stellen. In maart werd deze regering onder leiding van Henk Chin A Sen geïnstalleerd. Het gekozen parlement van 1977 bleef bestaan, maar met minder macht. Er volgde amnestie voor de onderofficieren die waren opgepakt. In de jaren daarna trokken de militairen steeds meer macht naar zich toe. Hoewel verschillende militairen op de voorgrond traden, werd duidelijk dat Desiré Delano Bouterse de sterke man was binnen het leger.  

0 reacties / suggesties